De metro als life-line


 

De metro als life-line

Voordracht tijdens openingsdebat van De (on)vertelde stad 2017

Wat heeft een stad nodig om haar waarden na te leven? Vraagt socioloog Simone van de Wetering zich af in onderstaande overdenking. Is het voor Amsterdam wel legitiem om waarden als tolerantie, diversiteit en inclusie uit te dragen, als het gros van de inwoners nog nooit in wijken als de Zuidoost is geweest?

Het is stil in de RER, het enige geluid is het piepen van de trein in de rails. Een ringtone gaat af, en in bliep-geluid hoor ik ‘Ambitionz Az A Ridah’ van 2Pac. Een oude man steekt zijn hand, waaraan een dikke zegelring prijkt, in zijn zak en haalt een ouderwetse nokia tevoorschijn. Hij klikt z’n 2pac ringtone uit en neemt de telefoon op. Dat is hiphop in de banlieue, denk ik bij mezelf, als ik Parijs achter me laat en de hoge flats van de buitenwijken tegemoet treed.

Meer dan een jaar later sta ik in het Amsterdam Museum, middenin het centrum van Amsterdam, en bekijk ik het kunstwerk ‘M54’ van Brian Elstak. Voor het Amsterdam Museum en het Centrum Beeldende Kunst Zuidoost verbeeldde de kunstenaar ‘de verbinding tussen centrum en periferie’. Een houten constructie als ‘life-line’, waarin duidelijk de metro en een metropassagier met koptelefoon zijn te herkennen, is kleurrijk beschilderd. Soundscapes die zijn opgenomen tijdens metroritten en muziek van hiphopcollectief SMIB –bims, als in Bijlmer, achterstevoren- zijn te beluisteren.

Hiphop was het centrale thema in de verhalen van Dorian, die ik leerde kennen toen ik onderzoek deed naar jongerenidentiteit en stigmatisering in de Franse banlieues en vijf maanden in Bondy woonde, een klein stadje in de Parijse buitenwijken. En hoewel zijn verhaal aansloot bij alle ideeën en aannames die ik had over jongeren die opgroeien in buitenwijken, ghettos, banlieues en de kracht van hiphop als emancipatoire cultuur, was het ook zíjn verhaal, het verhaal van een hiphopleraar, en gaf het een eenzijdig en redelijk stereotype-bevestigend beeld van die jongeren.

De talloze andere verhalen die ik hoorde, gingen bijvoorbeeld ook over het dichtstbijzijnde winkelcentrum Rosny 2, over drugshandel, privéscholen, politiegeweld, saamhorigheid, taallessen, zaterdagmarkten, vrijdag als gebedsdag, uitstapjes naar Parijs, discriminatie, het christendom, de beste kebabrol, gemeentepolitiek, verhuizen naar Miami, familie, Beyoncé. Zeer diverse verhalen dus. Hiphop is niet het enige verhaal van de jonge banlieusard. Net zoals de banlieue, ondanks het dominante beeld in het publieke en politieke debat, niet alleen een plek is met rellende en radicaliserende jongeren, armoede en verval.

In Bondy leerde ik de verhalen kennen achter een stereotype beeld van de banlieue, de verhalen van Franse jongeren die opgroeien in wat we de buitenwijken noemen. Veel van hen vertelden mij dat de Franse waarden niet als hun waarden voelden. Waar in Frankrijk de liberte, Egalite en fraternite -vrijheid, gelijkheid en broederschap- worden verdedigd, deelden zij verhalen met me over uitsluiting en dagelijkse discriminatie. Toen na de aanslag bij Charlie Hebdo heel Frankrijk ‘je suis charlie’ scandeerde, vertelden deze jongeren dat voor hen je identificeren met ‘de Fransman’ veel complexer lag. Want hoe vrij ben je om je identiteit te uiten als meisje met een hoofddoek? Hoe gelijk zijn je kansen als je postcode of huidskleur je de toegang tot een universiteit belet? En hoe verbroederd is Frankrijk als er een aanslag wordt gepleegd?

Toen ik terugkeerde naar Nederland ging ik wonen in de Bijlmer - Strandvliet. De vragen die me in Frankrijk bezig hielden, bleven rondspoken in mijn hoofd. In Nederland zijn we ‘tolerant’, maar tegelijkertijd is ‘gewoon normaal doen’ -een norm die is geschreven door witte, volwassen, welvarende mannen- een geaccepteerde politieke leus. Wat gebeurt er zo gauw je van die norm afwijkt? Krijg je spreekruimte in DWDD of blijft het bij je eigen vlogs op youtube? We verdedigen net als de Fransen belangrijke waarden. Maar overschaduwen die waarden ook net als in Frankrijk, een harde realiteit? In een stad als Amsterdam staan we voor diversiteit en voor inclusiviteit. Maar Amsterdam laat ons ook zien dat als je op het Centraal Station bij metro 54 instapt je bij eindhalte Gein uitstapt in een andere wereld.

Wie stapt er in de metro om in de Bijlmer uit te stappen? In Frankrijk vertelde niemand mij dat ie geregeld de trein nam naar de banlieue, de meeste mensen waren er zelfs nooit geweest. De peripherique leek onoverbrugbaar. Wij zijn allemaal geïnteresseerd in de stad - want anders waren we hier niet. Maar hoeveel van ons hebben er in de afgelopen maand de M54 of M53 genomen? De jongeren die ik in Bondy leerde kennen, namen me mee naar Hausman st Lazare, middenin de stad, naar Parc de la Villette binnen de ring; hun favoriete plekken om te hangen. In Amsterdam dreigde metrolijn 53 naar Gaasperplas te worden opgedoekt totdat een groep bewoners uit de Bijlmer in succesvolle opstand kwam en daar een stokje voor stak. Voor wie is de verbinding tussen het centrum en de buitenwijk een ‘life-line’?
Is dat voor het centrum pas het geval als het binnen de ring zo ramvol is dat ook de Bijlmer aan de beurt is om kapot gegentrificeerd te worden?

De vraag is hoe erg het is als een wereldstad als Amsterdam uit verschillende werelden bestaat. Maar mijn antwoord is ‘erg’ als het betekent dat we elkaar niet goed genoeg kennen om te weten of de waarden die we uitdragen als land en als stad ook echt voor iedereen gelden.

Gelijkheid en tolerantie zijn prachtige idealen om na te streven. En door niemand in Nederland werd ik als 18jarige Brabander zo met open armen ontvangen als door ras-Amsterdammers. Als je mijn woonwijk vergelijkt met bepaalde plekken in de buitenwijken van Parijs zou je kunnen zeggen dat het hier allemaal wel mee valt. De Bijlmer is geen Amerikaanse ghetto. Geen Franse banlieue. Maar ook hier is armoede, discriminatie, segregatie. Ook al zijn die verhalen misschien niet altijd even zichtbaar voor iedereen.

In haar TEDtalk ‘the danger of a single story’ vertelt schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie over het risico dat je loopt wanneer je maar 1 verhaal kent over een continent, land of bevolkingsgroep. Het risico te stereotyperen, vooroordelen te ontwikkelen. Het risico om een groep mensen slechts op 1 manier te zien. Alleen als arm of crimineel. Alleen als hiphoppers. We kunnen vieren dat Amsterdam voor tolerantie, openheid en inclusiviteit staat. Maar laten we ook erkennen dat we misschien niet ieders verhaal zo goed kennen als we zouden willen. Dus de metro in, niet als vervoermiddel maar als die life-line, en met elkaar in gesprek.
Voorbij stereotypes en single stories. Ons gezamenlijk verhaal is ons startpunt: we zijn allemaal Amsterdammer.

door Simone van de Wetering

Simone is schrijver en stadssocioloog, gespecialiseerd in identiteit en ongelijkheid thema’s. Ze is ervan overtuigd dat het vertellen van verhalen leidt tot wederzijds begrip en haar doel is dan ook om verhalen die te makkelijk ongehoord blijven te verzamelen en verspreiden.