De grot van Peter


 

De grot van Peter

Column voor ME/WE

 

De grot van Peter

Beste bezoekers van ME/WE,

Ik wil deze avond beginnen met een verhaal over iemand die ik in 2006 in Portugal ontmoet heb en een aantal keer door mijn hoofd schoot terwijl ik hier de afgelopen dagen zat te kijken en te luisteren. Hij heet Peter en woont op een berg ergens in het midden van Portugal. Ik kampeerde in de zomer van 2006 op een camping vlakbij die berg en leerde Peter via een jongen van de camping kennen. Die jongen zei: ga mee naar Peter, dan zal je wat beleven. Een nogal rare uitnodiging, maar voor ik het wist liep ik met de jongen de berg op, naar Peter.

 

Na een half uur lopen komen we uit bij een groot terrein waar tussen de bomen en het hoge gras een aantal opvallende antennes uitsteken. We lopen verder en passeren een grote schuur waar honderden potjes pesto opgestapeld staan. Als ik met de jongen richting iets wat op een huis lijkt loop, tref ik een nogal chaotische huiskamer aan met een opvallende boekenkast. Voor de rest staan er overal spullen op elkaar gestapeld, alsof er een verhuizing aan de gang is. Terwijl de jongen een paar keer “Peter!” roept, komt er vanuit een ander kamertje een man aanlopen, ongeveer 1.90 m lang, kaal, tussen de 40 en 50 jaar oud. We begroeten elkaar, tot zover nog niets vreemds of raars.

 

Maar dat verandert snel als me duidelijk wordt dat Peter niet vanwege het zonnige weer naar Portugal is verhuisd. Nee, legt hij mij uit, hij heeft deze berg gekocht omdat hij een grot aan het uithakken is waar hij met zijn gezin en nog wat andere Nederlanders dekking zal zoeken als de tijd daar is. Ik knik en probeer tegelijkertijd in te schatten of hij dit nu meent. Als de tijd daar is? Heb ik dat goed verstaan? Ja, gaat hij verder, het zal op korte termijn snikheet worden op aarde, zegt hij. En er volgt een ingewikkeld verhaal over een explosie op de zon waardoor de temperatuur hier drastisch zal toenemen totdat geen mens het meer uithoudt. Behalve Peter dus en zijn gezin en nog wat andere Nederlanders die dekking zullen zoeken in de grot. Hij heeft eten voor ongeveer vijftien mensen voor een paar jaar, vooral pesto.

 

Hij heeft ook al nagedacht over het moment dat hij na de ramp uit de grot kruipt, want dan zal de wereld opnieuw ingericht moeten worden. Hij wijst naar de boekenkast. Daar moet hij nog een selectie uit maken, maar hij is ermee bezig. En hoe wil hij die wereld dan inrichten? vraag ik. Hij wil vooral geen samenleving zoals de Nederlandse. Met al die regeltjes, de graaicultuur, het egocentrisme, de ieder-voor-zich-mentaliteit en de onmenselijkheid die daaruit voortkomt. Op een avond, vertelt hij, werd hij in Nederland in zijn woonplaats zonder reden in elkaar geslagen op straat en niemand schoot te hulp. Vooral dat laatste, dat niemand hem te hulp schoot, daar legt hij de nadruk op. Hij spreekt het uit als een soort bewijs dat Nederland niet meer deugt. Dat het ieder voor zich is, dus hij ook.

 

Verschuivingen

De afgelopen dagen, terwijl ik het ME/WE programma bezocht, dacht ik: had Peter dit ook maar gehoord of ervaren. Was hij de afgelopen week nu maar hier bij ons in Frascati en niet in zijn grot in Portugal. Juist omdat dit programma laat zien hoe het spanningsveld tussen individu en gemeenschap aan het verschuiven is. De zon is weliswaar niet ontploft, maar er wordt wel hard aan de samenleving gesleuteld. Er is opnieuw ruimte ontstaan om na te denken over de vragen: wie zijn we samen? En wie ben ik alleen? En hoe verhouden het ik en het samen zich tot elkaar? Kennelijk is een aanhoudende economische crisis al dramatisch genoeg voor de gemiddelde Nederlander. Of is dat wel de oorzaak? Hoe zijn die verschuivingen te duiden? vroegen wetenschappers, journalisten, sociologen, kunstenaars en filosofen zich de afgelopen dagen af. Waren we genoodzaakt, nu het crisis was, ons weer tot elkaar te verhouden of lagen er ook ideologische motieven ten grondslag aan de verschuivingen?

 

Volgens de denker des Vaderlands, René Gude, werkte het als een pendule die heen en weer slingert. Sinds de jaren tachtig had het individu centraal gestaan, nu leken we juist weer te verlangen naar meer verbondenheid. Maar zijn we, als hyperindividualisten, nog wel in staat om ons met elkaar te verbinden? Zijn we onze solidaire vaardigheden niet verleerd, vroeg politicoloog Ruben Maes zich af. Volgens Gude was het vooral kwestie van oefenen. Oefenen en onderhouden. Hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen maakte zich ook niet zo’n zorgen over onze solidaire vaardigheden. De geschiedenis van de solidariteit kenmerkte zich per slot van rekening vooral door particulieren, zei hij.

 

De opkomst van burgerinitiatieven kwam veel en vaak aan bod tijdens de Talkshows. Volgens hoogleraar Maatschappelijke bestuurskunde Gabriel van den Brink hebben burgerinitiatieven lang niet altijd een economische reden: “Als je de schaal eindeloos vergroot” legde Van den Brink uit “dan zie je dat mensen vanzelf terug gaan verlangen naar een kleinere schaal. Er zit een grens aan de hoeveelheid anonimiteit die een mens aankan. Op een gegeven moment zal de mens naar nabijheid verlangen.”

 

Hoogleraar Actief Burgerschap Evelien Tonkens schetste hoe er altijd verschuivingen ontstaan als er problemen opgelost moeten worden. Na de Tweede Wereldoorlog wierp de overheid zich op als probleemoplosser. In de jaren tachtig kwamen we de crisis te boven door de markt zijn werk te laten doen en nu, sinds kort, is de burger en het burgerinitiatief het antwoord op de crisis. Volgens Tonkens is er dus geen sprake van een groei van kleinschalige initiatieven, maar vooral van een verschuiving in focus. Particuliere initiatieven zijn er altijd geweest, legt ze uit, maar ze zijn tegenwoordig meer zichtbaar en staan op onze radar, onder andere door de lancering van het begrip participatiesamenleving.

 

In mijn eigen vriendenkring en kennissenkring merk ik dat het steeds hipper wordt om een initiatief op te zetten. Vroeger had je die ene moeder of vader die overal als vrijwilliger werkte, nu zie ik steeds meer hippe vrienden die op hippe feestjes pronken met hun hippe initiatieven. Kennen jullie de Do Goodie Bag bijvoorbeeld al? Daklozen in Amsterdam gaan binnenkort in plaats van de daklozen krantjes mooie linnen boodschappen tassen verkopen die ontworpen zijn door jonge designers. Twee vliegen in een klap: geen zwervend plastic tasjes meer door de stad en hippe ontwerpers staan op de tasjes met hun design.

 

Rigoureuze voorstellen

Terwijl sociologen en wetenschappers tijdens ME/WE vooral vanuit de kleinere participatie projecten het spanningsveld tussen individu en gemeenschap analyseerden, leken de kunstenaars het juist groots aan te pakken. Ze kwamen met rigoureuze voorstellen. De Zwitserse kunstenaar Christophe Meierhans deed in zijn voorstelling een voorstel voor een compleet nieuw democratisch systeem en schreef het allemaal op in een nieuw wetboek dat na de voorstelling in vier talen te koop was. In Early Days of a Better Nation werd ik als toeschouwer omgedoopt tot een wereldleider van formaat. In een fictief scenario was ik deel van een vredesconferentie. Er was net een oorlog uitgebroken en ik moest, met mijn medetoeschouwers, proberen een oplossing te zoeken waar iedereen zich in kon vinden. In Rule van theatermaker Emke Idema werd ik via het spelen van een spel geconfronteerd met de complexe dilemma’s van migratie en Jonas Staal presenteerde een groots plan om de blanco stem te kapen.

 

Er viel me nog iets anders op. De talkshows waren veel theatraler dan de voorstellingen zelf. De presentatoren zaten onder theaterspots, in een echt decor, ontworpen door een decorbouwer en iedere avond kende een min of meer vastliggende dramaturgie. Aan het begin van iedere Talkshow werd bovendien aangekondigd dat het niet de bedoeling was vragen te stellen, dat was voor nadien in het café. Tijdens de Talkshows voelde ik me toeschouwer, in de voorstellingen die ik bezocht niet. Daar werd ik constant als burger, meedenker en medemaker aangesproken.

 

Het grote en het kleine

Zo zijn er nog honderd observaties, citaten en gedachtes - een heel aantekeningenboekje vol - die ik maakte, maar die laat ik achterwege. Mij is namelijk gevraagd om op basis van alle verschillende stemmen, ideeën en statements die de afgelopen dagen de revue passeerden een conclusie te trekken over de relatie tussen individu en gemeenschap. Ik zou kunnen zeggen dat de kunstenaar zich vooral met het grote verhaal en de vraag ‘Wie zijn we samen?’ bezighoudt. Ik zou kunnen zeggen dat de denkers hun analyses juist vinden in het kleine verhaal, bij de burger en het burgerinitiatief. Maar dat zou te simplistisch zijn. Want als je beter kijkt, zie je juist dat zowel in de gesprekken tijdens de Talkshows als in de voorstellingen gezocht wordt de verhouding tussen beiden. Christophe Meierhans legde drie microfoons neer op de tribune, zodat het publiek hem tijdens de voorstelling kon onderbreken met vragen en opmerkingen. Hij ging bewust de dialoog aan. En Evelien Tonkens verklaarde dat de opkomst van burgerinitiatieven alles te maken heeft met de grote verhalen van deze tijd. Zij zei dat de opkomst van kleinschalige initiatieven, hoe passioneel en energiek ze ook bedreven worden, ook een donkere kant blootleggen. Die donkere kant beschreef zij als een gevoel van machteloosheid wat terug te voeren is op een wantrouwen jegens de grote instituten.

 

En dat is gevaarlijk, want hoe leuk die moestuin ook is, daar los je de klimaatcrisis niet mee op. En die buurtvergadering is prima, maar uiteindelijk worden de grote beslissingen in Brussel gemaakt. Het een kan dus niet bestaan zonder het ander. Precies in die verhouding, tussen het grote en het kleine, tussen de overheid en de burger, de democratie en de mens, het theekransje in het buurthuis en de vergadering van het Europees parlement: daar leek het in gesprekken en kunstwerken over te gaan. Het is dus niet het individu versus de gemeenschap, maar het is het individu IN de gemeenschap.

 

Zelf herken ik het verlangen naar het individu in de gemeenschap ook. Mijn individualisme zal ik niet snel opgeven, maar toch ik wil ook onderdeel zijn van een gemeenschap en zoek ik het collectieve graag op. Facebook biedt vooralsnog de perfecte uitkomst: je kan volkomen Ik zijn, en toch in de Gemeenschap. Je presenteert jezelf, maar dat betekent niets zonder reacties of likes vanuit de gemeenschap oftewel je Facebook-vrienden. Mijn generatie, geboren tussen 1980 en 1992 is lang gekarakteriseerd als Generatie Ik. Maar sinds de crisis zou je ons beter als Generatie Samen Ik kunnen omschrijven. Zeker, we zijn nog wel een tikkeltje narcistisch en we houden ervan om onszelf te etaleren, maar door de ruit van de etalage kijken we naar de wereld om ons heen.

 

Beste Peter,

 

Lang geleden ben ik ooit eens in je grot op bezoek geweest. Ik kreeg toen een potje pesto van je. Ik hoop dat het goed met je gaat. De wereld is er nog steeds, dus je zal jezelf nog niet opgesloten hebben. Ik hoop daarom dat deze post je nog bereikt. Ik was in Frascati, bij het programma ME/WE. Ik stuur je mijn aantekeningen op, plus de uitleg van een zelf in elkaar te knutselen internetverbinding dat ik van een Zwitsers kunstenaarsduo leerde en een volledig nieuw geschreven wetboek in vier talen. Wie weet heb je er wat aan in het nadenken over wat voor literatuur je meeneemt in je grot als de tijd straks daar is. Maar ik stuur het vooral mee om je te laten zien dat er in Nederland van alles gaande is. Jij bent volgens mij in de jaren tachtig opgegroeid en hebt het individualisme zien opbloeien. Ook de marktwerking die daarbij hoorde. Nu anno 2014 de burger meer in het centrum komt te staan, lijkt er ook meer solidariteit terug te vloeien in onze samenleving, maar het is niet zoals de hippies uit de jaren zeventig. We zijn een soort vereniging ikjes. Herinner je je de slogan die Van Kooten en De Bie in 1980 met hun Tegenpartij de maatschappij inschoten? ‘Samen voor ons eigen’. Die slogan luidde het einde van de solidaire jaren zeventig in en het begin van de individualistische jaren tachtig. Uiteindelijk, zou je kunnen zeggen, is dat ‘samen’ steeds meer op de achtergrond geraakt en hebben we vooral ‘ons eigen’ verder uitgewerkt. Misschien waren we er toen nog niet klaar voor. Toen dachten we: je bent communist of individualist, liberaal of sociaal, links of rechts. Nu, bijna vijfendertig jaar na dato, lijkt de slogan uiteindelijk toch werkelijkheid te zijn geworden. Hoe die werkelijkheid eruit ziet? Daarvoor moet je eigenlijk terugkomen naar Nederland. Ik zou hem beschrijven als paradoxaal, vloeibaar en eclectisch. Dat maakt het ongrijpbaar, maar betekent ook dat we, als leden van de vereniging van individuen, nog alle kanten op kunnen. De toekomst ligt aan onze voeten. Het is echt een te spannende tijd om je nu op te sluiten in een grot.

 

Het ga je goed.

Groeten uit Frascati,

Anoek Nuyens

 



Productie


Meer Info